Belastinghervorming blijft op
schema
Volgens De Standaard van 24 november 2004
zou de regering beslist hebben de geplande belastingverlagingen uit te
stellen door ze volgend jaar nog niet te verrekenen in de
bedrijfsvoorheffingen die werkgevers moeten inhouden. Dit bericht is
volstrekt onjuist. Van in den beginne werd afgesproken de massale
belastingverlagingen (in totaal zo een 200 miljard oude Belgische
franken) te spreiden in de tijd. Het gaat dus om een beslissing van
2001, die nota bene mee werd goedgekeurd door de CD&V-oppositie. Er
is dus absoluut geen sprake van een "nieuw uitstel". De regering voert
nauwgezet en accuraat het akkoord van 2001 uit.
Dergelijke berichten zijn niet alleen
onjuist, maar ook onverantwoord. Ze dreigen de economische heropleving
in ons land te vertragen. Gisteren nog werd het rapport van
Internationaal Monetair Fonds (IMF) bekendgemaakt, waarin de goede
economische prestaties van ons land (een economische groei van bijna 3%)
worden erkend en vooral toegeschreven aan de gevoerde politiek van
lastenverlagingen. Onjuiste berichten die het beeld creëren dat de
regering haar beloften niet zou nakomen, brengen deze economische
heropleving in gevaar. Bovendien komen de onderhandelingen over een
nieuw interprofessioneel akkoord tussen werkgevers en werknemers nu in
een cruciale fase. Het is onverantwoord om op zo een ogenblik te
suggereren dat de regering haar deel van het contract _ met name de
verdere verlaging van de belastingen en dus verhoging van de koopkracht
van de werknemers _ niet zou nakomen. Dit getuigt van een gebrek aan
ernst en verantwoordelijkheidszin die absoluut onaanvaardbaar
is.
Tenslotte valt op dat dezelfde auteur in
dezelfde krant al op 20 januari 2004 een gelijkaardig bericht de wereld
in stuurde. En ook toen al werd duidelijk gemaakt dat er van een uitstel
geen sprake is, maar dat de afspraken van 2001 gewoon worden uitgevoerd.
Terug
Hervorming 2001: ca. 200 miljard frank minder
belastingen
Met de wet van 10 augustus 2001 voerde
Verhofstadt I een grote belastingverlaging door. De personenbelastingen
werden met ca. 200 miljard frank verlaagd. Meer concreet werden volgende
maatregelen in de wet opgenomen:
- Invoering belastingkrediet van max. 540 euro en
verhoging forfaitaire beroepskosten voor eerste inkomensschijf (doel:
loonsverhoging via fiscale weg van werknemers met een laag inkomen,
ook om werkloosheidsval tegen te gaan).
- Herziening belastingschalen (doel: verlaging
belasting middeninkomens door verbreding inkomensschijven waarop de
tarieven van 30 tot 45% worden toegepast).
- Afschaffing hoogste belastingtarieven (52,5 en
55%).
- Wegwerken fiscale discriminatie gehuwden:
>
Wegwerken verschil gehuwden en samenwonenden door verhoging
belastingvrijstelling voor elke echtgenoot en decumul van alle
inkomsten.
> De belastingvermindering voor vervangingsinkomens
wordt geïndividualiseerd (vooral gunstig voor gepensioneerde
gehuwden).
- Afschaffing Dehaene-belastingen: herindexering
belastingschalen en afschaffing crisisbijdrage.
Naast deze grote belastinghervormingen,
voerde de regering ook tal van kleinere belastingverlagingen door, zoals
de verhoogde aftrek van kosten voor kinderopvang, de verhoogde
vrijstelling van vergoedingen van de werkgever voor reiskosten woon-werk
en de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven (b.v.
vervanging oude stookketels, _).
Deze en andere (zoals de vele Vlaamse
belastingverlagingen) kwamen er enkel omdat de VLD deel uitmaakte van de
regeringen. CD&V, bijvoorbeeld, heeft de belastingverlagingen steeds
gehekeld. Vorige week nog stelde Hendrik Bogaert duidelijk dat met de
CD&V in de regering, men werk zou gemaakt hebben van grotere
begrotingsoverschotten en minder lastenverlagingen.
Toch is het juist dankzij deze
lastenverlagingen dat de Belgische economie een sterke groei kent (bijna
3 procent). Dit werd gisteren nog met zoveel woorden bevestigd door het
IMF, maar voordien ook al door Quaden, gouverneur van de Nationale Bank
en economen van Dexia (zie De Tijd 28 oktober 2004). De
lastenverlagingen stimuleren immers de werkgelegenheid en de
consumptie.
Terug